Webradio
Infolijn Islam
0800 200 98
< Terug naar de nieuwslijst

29 mei 2018

Samenvatting :

In een arrest van 29 mei 2018 volgt het Europees Hof van Justitie de argumentatie van de Vlaamse moslimgemeenschap dat het ritueel slachten een religieuze rite is die beschermd wordt door de Godsdienstvrijheid. Het Hof benadrukt dat het Unierecht “uitdrukking geeft aan het positieve streven van de Uniewetgever om het slachten van dieren zonder voorafgaande verdoving mogelijk te maken, zodat de vrijheid van godsdienst, in het bijzonder die van praktiserende moslims, tijdens het Offerfeest daadwerkelijk wordt geëerbiedigd.” Hiermee komt het absoluut verbod op onverdoofd slachten, dat vorig jaar in Vlaanderen en Wallonië werd aangenomen, en dat thans wordt aangevochten voor het Grondwettelijk hof, onder druk. Tevens aanvaardt het Europees Hof van Justitie dat de tijdelijke slachtvloeren, mits de nodige investeringen, tijdens het Offerfeest kunnen worden omgevormd tot tijdelijke slachthuizen. Wat de tijdelijke slachtvloeren betreft, zoals die vóór 2015 bestonden, laat het Hof het aan de Belgische rechter om te beoordelen of het tekort aan slachtcapaciteit in Vlaanderen de godsdienstvrijheid beperkt, of zelfs schendt; alleen kan een dergelijke situatie die specifiek is aan één regio in één lidstaat de geldigheid van de verordening als dusdanig niet aantasten.

Tekst :

De Vlaamse moslimgemeenschap, vertegenwoordigd door de nationale, provinciale en lokale koepels van moskeeverenigingen (in totaal 48 organisaties), heeft kennis genomen van het arrest dat het Europees Hof van Justitie vandaag heeft uitgesproken betreffende de mogelijkheid om tijdens het Offerfeest (onverdoofd) ritueel te slachten op tijdelijke slachtvloeren.

In februari 2016 zag de Vlaamse moslimgemeenschap zich gedwongen om naar de rechter te stappen tegen de weigering van minister Weyts om nog langer tijdelijke slachtvloeren te erkennen waarop tijdens het Offerfeest ritueel (onverdoofd) kan worden geslacht.

De Vlaamse moslimgemeenschap is van oordeel dat de beslissing van minister Weyts een inbreuk vormt op de vrijheid van godsdienst die wordt gewaarborgd door onze Belgische Grondwet en door het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Door het gebrek aan slachtcapaciteit in de reguliere slachthuizen, wordt het grootste deel van de Vlaamse moslims belet om tijdens het jaarlijkse Offerfeest, in overeenstemming met hun religieuze voorschriften en tradities, een door hen gekozen schaap te slachten, en om het halal vlees samen te eten en te delen met familieleden en naasten.

De minister, van zijn kant, betoogde dat hij, op basis van de Europese regelgeving, niet anders kon dan onverdoofd slachten te verbieden op de tijdelijke slachtvloeren. De minister benadrukte hierbij dat de erkende slachthuizen op het vlak van dierenwelzijn en de bescherming van de volksgezondheid, een duidelijke meerwaarde bieden voor het onverdoofd slachten van dieren, in vergelijking met de tijdelijke slachtvloeren. Tevens werd in 2017 in zowel Vlaanderen als Wallonië een absoluut verbod op (onverdoofd) ritueel slachten aangenomen. Dit absoluut verbod treedt in werking in 2019.

In het arrest van vandaag benadrukt het Hof van Justitie dat het ritueel slachten een religieuze rite is die beschermd wordt door de Godsdienstvrijheid. Het Hof benadrukt dat het Unierecht “uitdrukking geeft aan het positieve streven van de Uniewetgever om het slachten van dieren zonder voorafgaande verdoving mogelijk te maken, zodat de vrijheid van godsdienst, in het bijzonder die van praktiserende moslims, tijdens het Offerfeest daadwerkelijk wordt geëerbiedigd.” Hiermee komt het absoluut verbod op onverdoofd slachten, dat vorig jaar in Vlaanderen en Wallonië werd aangenomen, en dat thans wordt aangevochten voor het Grondwettelijk hof, onder druk.

Wat de tijdelijke slachtvloeren betreft, aanvaardt het Europees Hof van Justitie dat deze slachtvloeren, mits de nodige investeringen, tijdens het Offerfeest kunnen worden omgevormd tot tijdelijke slachthuizen. Wat de tijdelijke slachtvloeren betreft, zoals die vóór 2015 bestonden, laat het Hof het aan de Belgische rechter om te beoordelen of het tekort aan slachtcapaciteit in Vlaanderen de godsdienstvrijheid beperkt, of zelfs schendt; alleen kan een dergelijke situatie die specifiek is aan één regio in één lidstaat de geldigheid van de verordening als dusdanig niet aantasten.

Het Europees Hof van Justitie heeft vandaag een duidelijk signaal gegeven: het huidige capaciteitsprobleem tijdens het Offerfeest is een “zuivere interne conjuncturele omstandigheid”, dat kan worden opgelost mits de nodige investeringen. De Vlaamse moslimgemeenschap neemt zich daarom voor om in de komende maanden en jaren – samen alle andere actoren, zoals de lokale overheden – verder te investeren in tijdelijke slachthuizen tijdens het Offerfeest. Op dit punt, ligt de bal ook mee in het kamp van minister Weyts.

De Moslimgemeenschap hoopt om spoedig terug haar échte Offerfeest te kunnen vieren, in een geest van vriendschap en verbondenheid, en met respect voor de democratische rechten van éénieder.

Wat tot slot het absoluut verbod op (onverdoofd) ritueel slachten in Vlaanderen en Wallonië betreft, kijkt de Vlaamse Moslimgemeenschap uit naar de uitkomst van de procedures bij het Grondwettelijk Hof. De Moslimgemeenschap heeft er alle vertrouwen in dat het Grondwettelijk Hof de voorzet van het Hof van Justitie zal volgen.

Voor meer informatie kan u terecht bij onderstaande woordvoerders: (advocaat) mr. Joos ROETS – T. 03 281 79 28

Blijf op de hoogte, abonneer u op onze nieuwsbrief